Archief Website Zeijen
| 7 februari 2008 |
|
Geleidelijke overgangen tussen grasland en bos bieden ruimte aan mantels en zomen. Boven: bosrand ontwikkelt zich na kap van de buitenste rand van een gemengd loofbos. Onder: Strakke jonge aanplant van Es zonder randbeheer. |
Zoombeheer door werkgroep Zeijerwiek Bij de natuurterreinbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer komt men er achter dat de overgangen tussen het cultuurland (weiland of akkerland) te scherp zijn. Vaak zie je naast een weiland, een bosje of houtsingel met direct hoog opgaande bomen. Het bos bestaat dan alleen uit hoog opgaande bomen die in de loop der jaren steeds hoger en breder worden. Er onder komt steeds minder licht en warmte met als gevolg dat het kaal wordt onder die bomen. Ook voor dieren is het steeds minder aantrekkelijk. Met het zogenaamde zoombeheer wordt hier iets aan gedaan. Het houdt in dat in een strook van 5 tot 15 meter van het bosje alle hogere bomen worden gekapt. Lagere struiken, opschot etc. blijven staan. Al na enkele jaren ontstaat een schuin opgaande strook jongere beplanting, in de richting van de gespaarde bomen. In deze strook komen de oorspronkelijke bosrandsoorten tot ontwikkeling en zijn er mogelijkheden voor allerlei nieuwe diersoorten zoals bepaalde vlindersoorten, muizensoorten en broedvogels. En binnenin het bosje vinden soorten als reeën veel meer beschutting. Een scherpe grens wordt omgevormd tot een soortenrijke overgangszone ! Aan de achterkant van het Meestersveentje (aan de Oosterweg) is de werkgroep Zeijerwiek op verzoek van Staatsbosbeheer momenteel bezig met deze vorm van bosrandbeheer. 7 februari 2008, At de Groot, mt/gw |